VM2 leerroute krijgt vervolg
Het ministerie van OCW biedt circa zeventig scholen voor voortgezet onderwijs en mbo-instellingen die reeds deelnemen aan de gecombineerde leerroute vmbo-mbo2 (VM2) de mogelijkheid in 2010-2011 een volgende leergang te starten. Met het zogenoemde borgingscohort biedt demissionair staatssecretaris Van Bijsterveldt de experimentscholen de ruimte om de ingeslagen leerroute verder vorm en inhoud te geven.
Doel
Veel vmbo-leerlingen vallen uit tussen het vmbo en mbo in de vier maanden van de zomervakantie. Door deze leerlingen niet over te laten stappen naar een nieuwe school maar te onderwijzen op hun oude school hoopt men de doorstroom van vmbo-leerlingen naar het mbo te vergroten en de kans op schooluitval te verkleinen.
Tussenrapportage
Uit de tussenrapportage van de experimenten uit de eerste en tweede tranche 2009-2010 blijkt dat de samenwerking tussen vo-scholen en mbo-instellingen nog niet in alle gevallen voldoende vormgegeven is. Dat blijkt uit het ‘vooruitschuiven’ van de omslag van beroepsoriënterend naar beroepskwalificerend en het ‘terugpakken’ van het vmbo-examenprogramma als belangrijk richtsnoer bij de invulling van het VM2-tracject. Daarnaast geven de scholen aan de uitval te kunnen voorkomen door in de maanden mei tot en met juli 2010 lessen op mbo-niveau aan te bieden. Dit terwijl er op dit moment nog te weinig mbo-instellingen betrokken zijn.
De procesmatige voortgang van een aantal eerste tranche experimenten lijkt nog steeds niet te vlotten. De ontwikkeling van de experimenten tweede tranche oogt in vergelijking tot de eerste tranche iets positiever en voortvarender. Echter blijft de samenwerking met mbo-instellingen nog een belangrijk aandachtspunt. Beide tranches experimenten geven aan zich de aankomende tijd voornamelijk te richten op het verder ontwikkelen van het onderwijsprogramma, het regelen of preciseren van de inzet van docenten en het bepalen van lesroosters.
In kwantitatief opzicht zijn er de volgende verschillen te constateren tussen de twee tranches.
- de tweede tranche bevat bij de start van het experiment meer zittenblijvers dan de eerste tranche (8% t.o.v. 5%),
- de tweede tranche omvat minder wisselaars van vestiging (10% t.o.v. 21%),
- aan de tweede tranche doen meer leerlijnen mee in de sectoren Zorg en welzijn en Techniek, en minder leerlingen in de sector Landbouw dan in de eerste tranche,
- de leerlingen in de tweede tranche bestaat uit meer autochtone Nederlandse leerlingen met Lwoo-indicatie; in de tweede tranche zijn meer jongens ingestroomd dan in de eerste tranche.
In beide tranches is sprake van onderinschrijving van leerlingen op beschikbare experimentruimte. De tweede meting van DUO-CFI in het voorjaar 2010 moet aantonen of die onderbenutting in de tweede tranche omvangrijker is dan in de eerste.
Evaluatie
Het experiment VM2 wordt in 2013 geëvalueerd. Het borgingscohort maakt ook deel uit van de monitor en evaluatie. Dan blijkt ook of deze experimenten het beoogde effect hebben